Javascript Menu by Deluxe-Menu.com de franse bulldog pagina Fan de Francofiel

                                     




Bassisgegevens

In onderstaande alinea worden enkele basis gegevens van de hond gegeven, zoals polsslag, ademhalingsfrequentie, en temperatuur.
Deze gegevens zijn van belang om vast te stellen of de hond ziek is of niet. Soms geeft zelfs een van deze gegevens een idee in welke richting de dierenarts moet zoeken naar een aandoening. Het is handig om te weten wat de basisgegevens in normale situatie zijn voor uw hond!
Immers: de drie basis gegevens verschillen per hond! Noteer dus ergens de normale uitgangswaarden.


hartslag
De hartslag van pups en heel jonge honden varieert tussen 110 en 120 slagen per minuut.
Volwassen honden hebben een hartslag tussen 90 en 100 slagen, terwijl de oudere hond 70 a 80 slagen per minuut heeft. Uitgangspunt hierbij is de hond in rust.
Vanzelfsprekend neemt de hartslag toe tijdens inspanning. Tel gedurende minimaal 15 seconden de hartslag en vermenigvuldig dit met 4. Beter is een volle minuut te tellen, maar bij sommige honden is dit moeilijk, vanwege de beweeglijkheid.U kunt de hartslag tellen met wijs- en middelvinger, die u op de grote slagader legt aan de binnenkant van de achterpoot, hoog op het been, bijna op de plaats waar het been overgaat in de romp.
Dit is echter vrij moeilijk. Het eenvoudigst is de hand op de linkerborst van de hond te leggen. U kunt echter via deze methode niet de "kracht" voelen, waarmee het bloed wordt rondgepompt.
Kunt u bij een ziek dier de hartslag slecht voelen via de dijbeen slagader, dan is dit meestal een slecht teken.
Een belangrijke wetenswaardigheid is het feit dat de hartslag bij de hond onregelmatig is! Hierover hoeft u zich dus niet ongerust te maken.
Een zieke hond heeft meestal een snellere hartslag.


ademhalings frequentie
Net zoals bij de hartslag varieert de ademhalingsfrequentie (aantal ademhalingen per minuut) naar gelang de leeftijd van de hond. Jonge honden zullen 18 tot 20 keer per minuut ademhalen, volwassen honden 16 tot 18 keer en oudere honden 14 tot 16 keer per minuut.
Natuurlijk zal de hond sneller gaan ademen bij inspanning. Normaal zal de hond door zijn neus ademen. Bij opwinding, warmte en inspanning zal de hond gaan hijgen en door de bek ademen.
Hijgen in rust is meestal een teken dat de hond zich niet lekker voelt.
Wanneer u wilt tellen hoe vaak de hond ademt telt u alleen de inademing, of de uitademing en niet allebei!


temperatuur
De normale temperatuur van de hond varieert tussen de 38o C en 39o C. (bij mijn franse bulldoggen ligt dit gemiddeld op 37,7 C )
U dient de temperatuur van de hond altijd rectaal, dat wil zeggen via de anus op te nemen. Wanneer u een kwikthermometer gebruikt dient u de hond erg goed vast te houden en het liefste met hulp van iemand anders. Wanneer de thermometer breekt is immers de kans groot dat het kwik in aanraking komt met de hond! Zorg dat de kwikthermometer op 36o C is afgeslagen. Pak de staart vast en trek deze iets omhoog. Steek dan voorzichtig het uiteinde van de thermometer in de anus (doe eerst wat vaseline of een ander glijmiddel op de punt van de termometer)en houdt de thermometer gedurende 3 minuten in de anus.
Gebruikt u een digitale thermometer, dan zal de thermometer meestal zelf een signaal geven wanneer de waarde afgelezen kan worden. .
Een digitale thermometer is sneller af te lezen en brengt minder risico's met zich mee. De prijzen zijn tegenwoordig erg laag, vanaf 8 gulden heeft u al een thermometer.
De temperatuur is waardevolle informatie wanneer de hond ziek is.
Heeft de hond koorts, meet dan enkele malen per dag.


Gebit

Pups hebben nog een melkgebit dat zal gaan wisselen en met ongeveer 5 a 6 maanden vervangen zal zijn door het definitieve gebit.
Met ongeveer 3 a 4 maanden zullen de snijtanden uitvallen, daarna zullen de molaren en premolaren wisselen.
Maak u niet direct bezorgd wanneer de melktanden niet direct uitvallen en een "dubbele tandenrij" ontstaat.
Duurt het te lang, dan kan de dierenarts de melktandjes gemakkelijk weghalen.
Het volledige gebit van de hond bestaat uit 42 tanden en kiezen.
In iedere kaak helft bevinden zich:
in de bovenkaak 3 snijtanden,1 slagtand, 4 premolaren of valse kiezen en 2 molaren of echte kiezen
;in de onderkaak 3 snijtanden,1 slagtand, 4 premolaren en 3 molaren

Links en rechts zijn dus gelijk, alleen is de onderkaak niet gelijk aan de bovenkaak, in die zin dat in de onderkaak drie molaren zitten en in de bovenkaak slechts 2.
De eerste premolaar is een heel klein kiesje dat laat verschijnt terwijl de pup nog zijn melkgebit heeft en dat niet meer zal wisselen.
De tanden moeten goed schoongehouden worden, door de hond buffelhuidjes, kluiven en een flossknoop te geven.
Tandsteen is iets dat gemakkelijk kan ontstaan, en erg afhankelijk is van de aanleg van de hond. Er zijn honden die al vanaf heel jonge leeftijd tandsteen hebben,terwijl andere op heel late leeftijd nog schone tanden hebben.
U kunt het beste de hond als pup al laten wennen aan "rommelen" in de mond. U kunt zelfs de tanden poetsen met speciale hondentandpasta.
De dierenarts kan erge tandsteen ook verwijderen.

parasieten

Honden kunnen last hebben van inwendige en uitwendige parasieten.

Inwendige parasieten houden zich op binnen de inwendige organen van de hond, zoals maagdarmkanaal, lever, longen en spieren.
Er moet eerst door de dierenarts een diagnose gesteld worden bij de inwendige parasieten voordat een middel gegeven kan worden om de hond er weer vanaf te helpen.
Iedere parasiet heeft namelijk zijn eigen middel nodig. Sommige parasieten komen vooral in het buitenland voor , waar het warmer is en waar de parasieten beter gedijen dan in het koude Nederland.


inwendige parasieten
Als we over wormen spreken dan maken we een onderscheid tussen de zgn. ronde en de platte wormen.
De platte wormen kunnen nog verder onderverdeeld worden naar lintwormen en zuigwormen. Tot de ronde wormen behoren de spoelwormen die zeer bekend zijn en vaak voorkomen. Naast de spoelworm horen de mijn- of haakwormen en de hartworm tot de ronde wormen. Tot de lintwormen orde behoort onder meer de Dipylidium caninum
Van de verschillende soorten wormen die bij de hond voorkomen worden enkele besproken.



spoelwormen
De spoelworm (ascaridia) komt veelvuldig voor bij de hond. Bijna iedere pup komt ter wereld met deze besmetting. Deze wormen hebben een directe levenscyclus, hetgeen wil zeggen dat de besmetting van hond op hond plaats kan vinden .
De spoelworm is eenvoudig gebouwd en een vrouwtje van de spoelworm kan per dag honderdduizenden eieren (totaal ruim 80 miljoen) produceren.
De spoelworm kan maximaal 10 cm lang worden. Deze worm leeft in de tweede helft van de dunne darm. Soms komen de wormen met de ontlasting en met braaksel naar buiten.
Op deze manier worden ook dikwijls mensen besmet! De eitjes van de spoelworm komen ook met ontlasting naar buiten.
Belangrijk is dat men pups bekijkt op het bestaan van spoelwormen. Is een pup ernstig besmet, bijvoorbeeld als een fokker de pups niet tweemaal ontwormd heeft, dan zal de buik erg opgezet zijn, terwijl de hond mager wordt en een zieke indruk maakt.
Pups moeten enkele malen ontwormd worden met een middel van de dierenarts. Deze kuur moet minimaal eenmaal per jaar herhaald worden, maar een hond raakt nooit helemaal de spoelwormen kwijt.
Echter: een volwassen hond heeft een afweer tegen de spoelworm waardoor een volwassen spoelworm niet vaak voorkomt binnen het organisme.


mijn- of haakwormen
De haakworm wordt ook van hond tot hond overgebracht en geeft in de meeste gevallen geen duidelijke verschijnselen.
In ernstige gevallen treedt bloedarmoede op. Vooral in Zuid Europeese landen komen deze wormen voor. De larven van deze wormen worden soms via drinkwater opgenomen, of dringen actief door de huid heen.
De worm - die in Nederland weinig voorkomt - is gemakkelijk te bestrijden waarbij ook de omgeving goed moet worden aangepakt. Raadpleeg uw dierenarts.


zweepwormen
De zweepworm wordt ook van hond op hond overgebracht, waarbij moet worden opgemerkt dat eitjes vaak langdurig (jarenlang!) in de grond aanwezig kunnen blijven met alle gevaren van dien.
De worm bevindt zich in het achterste gedeelte van het maagdarmkanaal.
Is de hond besmet, dan zal de hond lusteloos zijn, diarree hebben, bloedarmoede hebben en wellicht vermageren.
Ook deze worm is na het stellen van de diagnose gemakkelijk te bestrijden waarbij zeker de omgeving niet vergeten mag worden.


lintwormen
Lintwormen (Cestoda) wordt in tegenstelling tot de eerder beschreven wormen niet van hond op hond overgedragen.
De lintworm heeft namelijk een zgn. indirecte levenscyclus, hetgeen betekent dat deze parasiet een "tussengastheer" nodig heeft, een geheel andere diersoort.
Besmetting vindt plaats wanneer de hond deze "tussengastheer" opeet. Voorbeelden voor besmetting zijn onder meer opeten van (besmette) vlooien, knaagdiertjes, besmette vis en vlees.
Vooral een goede vlooien bestrijding ligt op de weg van de hondenbezitter en zal dus een hoge prioriteit moeten hebben. De lintworm zal zich in de hond vastboren in de darmwand, waarbij achter de kop steeds nieuwe leden ("stukje worm") zullen aangroeien. Meestal zijn er geen verschinselen wanneer de hond besmet is.
Eventueel treedt gewichtsverlies op en diarree. Wanneer de hond besmet is vindt u meestal segmenten (kleine delen) van de lintworm onder de staart of in de mand en in de ontlasting.
De hond heeft geen afweer tegen deze worm (zoals wel het geval is tegen de spoelworm) en men zal dus met medicamenten de worm moeten bestrijden.


Tips
Uit bovenstaand overzicht mag blijken dat een goede hygiene belangrijk is. Controleer wanneer u een pup aanschaft of het pupje tweemaal ontwormd werd. Is dit niet gebeurd, geef dan alsnog de kuur die u bij de dierenarts kunt halen. Herhaal de kuur tegen spoelwormen jaarlijks(pups moeten vaker ontwormd worden) en controleer de ontlasting op andere wormen. Tegenwoordig bestaat de kuur uit een enkele pil die de wormen zal uitdrijven. Let op vlooien en teken bij de hond.

uitwendige parasieten

Tot de uitwendige parasieten behoren ondermeer de vlooien, luizen, teken en schurftmijt. De uitwendige parasieten kunnen onderverdeeld worden in insecten en spinachtigen.
Vlooien en luizen behoren tot de insecten, want zij hebben 6 poten, terwijl de mijten en teken tot de spinachtigen behoren, beiden met 8 poten.
Alle genoemde parasieten bevinden zich op, of vlak onder de huid van de hond. Niet alleen huidaandoeningen worden veroorzaakt door deze parasieten, ook allerlei inwendige problemen kunnen door uitwendige parasieten worden veroorzaakt
Er zijn diverse bestrijdingsmiddelen beschikbaar, die ieder op een andere fase in de levenscyclus van de parasiet kunnen ingrijpen.
Bovendien zijn de ontwikkelingen snel, zodat steeds nieuwere en betere middelen worden ontwikkeld, die minder schadelijk zijn voor de hond.


vlooien

Een vlo is een klein, bruin insect zonder vleugels. Het lichaam is zijdelings afgeplat. De vlo kan enorm ver springen.
De hond is voor de vlo gastheer en zal slechts gedurende korte tijd voor "huisvesting" zorgdragen. De volwassen vlo zuigt bloed en legt eitjes op allerlei plekken in huis, zoals kiertjes, in de hondenmand en dergelijke.
Uit de eitjes komen witte larfjes die zich voeden met dierlijk afval. De levenscyclus varieert naar gelang de (omgevings-)omstandigheden van 3 weken tot wel 2 jaar. Dit is afhankelijk van vochtigheidsgraad en temperatuur van de omgeving.
Wanneer het vochtig en warm is gedijt de vlo het beste. Vlooien kunnen niet goed tegen koude, maar de eitjes en larven blijven in leven en wachten totdat het warmer wordt en groeien dan uit tot volwassen vlooien.
Zo kan het gebeuren dat u terug komt van vakantie en u besprongen wordt door een horde vlooien! De beet van een vlo is slechts klein, maar kan een hevige reactie oproepen bij de hond. Ze gaan erg krabben en zichzelf bijten en veroorzaken zo weer andere huidproblemen.
Er kan eczeem ontstaan, en haren kunnen uitvallen. Bovendien kan de hond lintwormen krijgen door het opeten van een besmette vlo.
U kunt gemakkelijk herkennen of de hond vlooien heeft doordat de hond zich vaak krabt. Wrijf tegen de haren in en kijk op de blote huid of u zwarte stipjes ziet. Dit is vlooienontlasting en zeer herkenbaar. Soms ziet u zelfs de vlooien lopen in de vacht. Heeft de hond vlooien, pak dan niet alleen de hond aan met een goed bestrijdingsmiddel, maar ook de omgeving.
Immers:
de eitjes en larven leven niet op de hond zelf, maar in de omgeving. Die moeten dus ook worden uitgeroeid!


luizen

luizen zijn ook insecten zonder vleugels en met plat lichaam.
Er bestaan twee soorten luis, de haarluis en de bloedluis.
De haarluis is 2 mm groot, heeft een brede kop en voedt zich met huidschilfers en bloed.
De bloedluis is langer en leeft alleen van bloed. Luizen worden overgedragen door direct contact van het ene dier met het andere. Ook overdragen via een kam of borstel is goed mogelijk!
De luizen geven een enorme jeuk, waardoor de hond zich zal gaan krabben en onrustig wordt.
U herkent luizen aan witte korreltjes - de eitjes - die aan de haren vast zitten. Ook via een luizenkam - een heel fijne kam - kunt u controleren of de hond luizen heeft.
Behandeling is eenvoudig, maar zorg wel dat alle honden in huis worden behandeld.


teken

De teek is 2 mm groot, maar kan, wanneer hij zich heeft volgezogen met bloed van de hond wel zo groot zijn als een koffieboon. Als de teek zich vastgrijpt in de hond, zal hij zich met zijn kop ingraven in de huid. Wat u dan ziet, is een grijs bolletje. U kunt ze echter ook op de vacht zien lopen, voordat ze zich hebben ingegraven. De teek ziet er dan uit als een spinnetje. Het is dan zaak om de teek direct van de hond af te halen voordat ze zich vastgraven.
Er zijn overigens 850 soorten teken, die verschillende ziekten kunnen veroorzaken. De bekendste ziekte is Babesiosis, maar zeker zo belangrijk tegenwoordig is Lyme (voor mensen) en Ehrlichia canis.
Teken voeden zich gedurende de levenscyclus ook op knaagdieren en andere dieren. Op zich is een tekenbeet geen probleem, maar doordat veel teken zijn besmet, kunnen zij ernstige ziekten overbrengen. Zeker in Middellandse Zee Gebieden is de teek vaak besmet. Doe een hond derhalve altijd een tekenband om in deze gebieden
Zeker als de hond door struikgewassen rent is de kans groot dat een teek op de hond valt. Controleer de hond derhalve altijd op teken! Heeft de teek zich volgezogen met bloed dan laat de teek zich weer vallen. Op deze manier kan een teek dus in huis terecht komen en eventueel ook op u terecht komen.
Een volgezogen teek die van de hond op de grond valt ziet er uit als een soort "grijze erwt". Vernietig deze dus direct wanneer u deze op de grond tegenkomt!
Een teek verwijdert u het beste met een tekentang, een grijpertje die gemakkelijk de teek verwijderd uit de huid. Heeft u geen tekentang, gebruik dan een druppeltje aceton of petroleum, dat u op de teek druppelt, wacht even en haal dan de teek met een draaiende beweging uit de huid.
Let op dat u ook de kop verwijdert, omdat er anders een ontsteking kan ontstaan. Een beetje jodium na verwijderen is prima.


Mijten
Er zijn verschillende soorten mijten. De meest voorkomende zijn de sarcoptes die schurft veroorzaken, de demodex, ook bekend als jeugdschurft veroorzaker, octodectus of oorschurftmijt en cheyletiella parasitovorax.
De diagnose en behandeling gebeurt altijd via de dierenarts.

sarcoptes
(schurftmijt) Deze diertjes zijn nauwelijks waarneembaar met de microscoop. De mijten boren hele fijne gangetjes in de opperhuid van de hond. Daar leggen vrouwtjes hun eitjes. Er zullen korstjes ontstaan op de huid, omdat de huid iets omhoog wordt geduwd door het graven. De hond zal vaak kale plekken hebben aan oren, snuit, ellebogen en poten. Behandeling is moeilijk en langdurig.
Bovendien kunnen mensen ook besmet raken, hoewel de mijt slechts enkele dagen in leven blijft op de mens.

demodex
(jeugdschurftmijt) Sommige lijnen en rassen zijn extra gevoelig voor demodex. De demodex mijt leeft in de talgkliertjes en in de haarzakjes. Besmetting vindt plaats van moeder op pups.
Er bestaan eigenlijk twee vormen, namelijk een "droge" en "natte" vorm. Bij een droge vorm is alleen de mijt betrokken, bij de natte zijn er ook bacterien aanwezig die dikwijls pusachtige ontstekingen veroorzaken van de huid.
Pups die aangetast zijn hebben vaak verdikkingen - dikwijls grijsachtig - op de snuit, de poten en rond de ogen.
Als de hond niet teveel jeuk heeft is het dikwijls goed te behandelen. Is het ernstiger dan is behandeling moeilijker en vaak erg duur. Behandeling is vaak zeer langdurig.

octodectus
(oorschurft) Deze mijten leven in de gehoorgang van de hond. Deze mijt is erg besmettelijk. Heeft u meerdere honden dan zult u ontdekken dat vaak alle honden besmet zijn.
De hond zal met zijn kop schudden, met zijn kop over de grond schuren, zijn hoofd scheef houden of het oor vreemd laten hangen.
Als de mijt niet behandeld wordt ontstaat dikwijls een chronische aandoening tesamen met een ontsteking.
Het is erg pijnlijk voor de hond, dus let op de tekenen van oormijt. U ziet dikwijls een vieze bruine oorsmeer in de gehoorgang en het oor ruikt erg (scherp) onaangenaam.
Geregeld de oren schoonmaken helpt oormijt voorkomen. Hou er rekening mee dat deze aandoening vaker voorkomt bij honden met lange hangende oren. Knip geregeld de haren uit de oren om de gehoorgang schoon te houden.

cheyletiella
Deze mijt komt vooral voor bij cavia's en konijnen, maar soms ook bij de hond. De mijten lijken op huidschilfers en veroorzaken jeuk, haaruitval en schilfering.
Kijkt u met een loep dan zult u de "schilfers" zien bewegen.
Denkt u dat uw hond roos heeft en krabt de hond zich veelvuldig, laat dan de dierenarts checken op mijten.
De mijten kunnen overgaan op de mens. Behandeling is gemakkelijk.


schimmels

Er zijn verschillende soorten schimmels die vaak voorkomen bij de hond.
Overigens kunnen deze zich ook op de mens handhaven.
Als de hond kale plekjes heeft dient u bedacht te zijn op schimmels. Meestal worden de plekjes steeds ronder, waarbij in het centrum "herstel" optreedt, zodat er een soort ring ontstaat.
Er wordt derhalve ook wel gesproken van ringworm, hoewel het helemaal niets te maken heeft met wormen. Behandeling dient te geschieden door de dierenarts.



Tips

Controleer uw hond regelmatig op vlooien, teken en luizen.
Het is aan de eigenaar om de hond regelmatig te kammen en te borstelen en tegelijkertijd de oren te inspecteren en een parasieten controle te doen.
Strijk op verschillende plekken op de hond tegen de haargroei in en let op witte korreltjes (luizen), vlooienpoepjes of teken.
Favoriete plekken zijn de hals en boven de staart. Heeft de hond huidproblemen en moet u naar de dierenarts, let er dan op dat de dierenarts eventueel een afkrabsel maakt van de huid, en onder de microscoop bekijkt.
Ook een kweekje kan uitkomst bieden wanneer het gaat om een schimmel of bacterie.

ENTINGEN

Een belangrijke eigen verantwoordelijkheid is om te voorkomen dat uw hond ziek wordt.
Voor een aantal besmettelijke ziekten kan de hond worden gevaccineerd. Bij vaccinatie wordt de ziekteverwekker in verzwakte vorm bij een gezond dier ingespoten. Door de aanraking met de ziekteverwekker zal het lichaam antistoffen gaan aanmaken die het dier beschermen tegen de werkelijke ziekte.
Bescherming verschilt per vaccinatie.
Sommige vaccinaties zijn 2 jaar geldig (o.a.hondeziekte), andere maar 1 jaar (ziekte van Weil).
Er bestaat ook een seruminjectie, waarbij antistoffen worden ingespoten en het lichaam dus zelf niet actief wordt. Dit kan gebeuren bij zieke dieren. De werking is veel korter. Vaccinaties worden gegeven volgens een bepaald schema om ervoor te zorgen dat het dier continu beschermd blijft.

voor welke ziekten vaccineren?


hepatitis
HCC (Hepatitis Contagiosa Canis) of Ziekte van Rubarth wordt veroorzaakt door een virus, waarvan de verspreiding plaatsvindt via de lucht en via speeksel en urine van besmette dieren. Symptomen: koorts, sufheid, anorexie, braken, diarree , huidbloedingen, oogontsteking, icterus, pijnlijk abdomen, ontstoken keel en tonsillen, bloed in urine. Als de patient de eerste dagen overleeft, bestaat er een redelijke kans op genezing.


hondeziekte
Hondeziekte of ziekte van Carrť wordt veroorzaakt door het hondeziektevirus. De verspreiding vindt plaats via de lucht en via speeksel, urine en ontlasting van besmette dieren. Het virus is zeer besmettelijk voor honden van alle leeftijden, maar komt het meest voor bij pups en verzwakte honden. Symptomen: In het acute stadium zijn dat koorts, braken, anorexie, ontstoken tonsillen en een zwakke vochtige hoest. In een later stadium ook huidontsteking in de liezen, oog- en neusuitvloeiing, longontsteking , diarree en uitdroging. De kans op genezing is zeer klein.


ziekte van Weil
Leptospirosis of ziekte van Weil kan worden overgedragen door zieke ratten die de bacterie met de urine uitscheiden, waarbij vooral in stilstaand water gevaar bestaat voor mens en hond. Ook kan de bacterie worden overgedragen met de urine van besmette maar niet (meer) zieke honden, door bijvoorbeeld het besnuffelen van elkaars geslachtsdelen. Besmetting via wondjes in huid / slijm-vliezen maar ook door besmet drinkwater of voedsel. Symptomen: koorts, sloomheid, anorexie, spierpijn, icterus, anaemie, nierontsteking, braken, diarree, rode ader s op conjunctiva.Kans op genezing is zeer klein vooral als er laat wordt behandeld. Door aantasting van lever en nieren kan deze infectie bij een niet gevaccineerde hond heel snel fataal zijn. Door vaccinatie opgewekte antilichaamtiters bereiken zelden waarden hoger dan 1:200 en zijn na 2 a 3 maanden weer negatief. De verkregen immuniteit na herhaalde entingen (zoals bij een pup) houdt echter langer aan. Daarom kan men zijn hond voor de jaarlijkse vaccinatie het beste laten vaccineren tegen leptospirose in het voorjaar (april), omdat daarna de kans op besmetting het grootst is en de immuniteit slechts 3 maanden aanhoudt.


parvo
Parvo wordt veroorzaakt door het canine parvovirus. De besmetting is transplacentaal, direct of indirect contact met besmette faeces / urine / braaksel / speeksel, waarbij subklinisch geÔnfecteerde honden reservoir zijn en bepaalde rassen (bijvoorbeeld rottweiler en dobermann) een verhoogde gevoeligheid hebben. Symptomen: hoge koorts, anorexie, braken (soms met bloe d), bloederige diarree met typische weeÔge geur, uitdroging. Het virus vermeerdert zich het liefst in sneldelende cellen (darmepitheel en bij zeer jonge pups het myocard). Infectie bij pups jonger dan 2 wkn: infectie in uterus of als neonaat. Er ontstaat zo een gegeneraliseerde ziekte met acute dood rond 10 dgn. Infectie bij pups 3-8 wkn: myocarditis. Sterfte bij pups jonger dan 3mnd. door cardiale arytmieen. Sterfte bij pups ouder dan 3mnd. door chron. myocardiale fibrose. Infectie bij honden > 8 wkn: oronas ale infectie met primaire replicatie in lymfeknopen/pharynx/tonsillen, viremie , leucopenie en lymfopenie in lymfoid weefsel en beenmerg + aantasting intestinale cellen necrose crypten enteritis en diarree (bij ernstige inf ectie mogelijk fataal). Enting tegen parvo bij pups van 6, 9, 12 en 16 weken.


corona
Corona wordt veroorzaa kt door het coronavirus. De besmetting vindt plaats via ontlasting van besmette honden. Symptomen: koorts, anorexie, braken, oranjekleurige diarre en soms met bloed en slijm. Kans op genezing ligt hoger dan bij het parvovirus, maar pups kunnen wel sterven.


kennelhoest
Kennelhoest of kennelkuch is een zeer besmettelijke ziekte bij de hond, die vaak voorkomt en wordt veroorzaakt door meerdere bacteriŽn en virussen, maar bordetella bronchiseptica is de beruchtste. Symptomen: een hardnekkige droge hoest met kokhalzen en slijm opgeven. Waarbij vooral hoesten optreedt bij opwinding of trekken aan de riem, maar soms ook 's nachts. In ernstige gevallen: ontstoken ogen, neusuitvloeiing, bronchitis. Goede kans op genezing, maar pups, oudere en verzwakte dieren kunnen wel sterven door de complicaties.


rabies
Hondsdolheid of rabiŽs is een levensgevaarlijke ziekte voor alle warmbloedige dieren. Symptomen kunnen ontstaan na enkele weken tot 3 maanden, waarbij het gaat om gedragsveranderingen, agressie/sloomheid met sterfte binnen een week. Bij het geringste vermoeden van hondsdolheid wordt de hond geŽuthanaseerd in het belang van de volksgezondheid. De ziekte komt in Nederland nagenoeg niet voor, maar de bosrijke gebieden van Duitsland en BelgiŽ zijn berucht om hun hondsdolheidgevaar.

epilepsie

Epilepsie bestaat uit het herhaaldelijk optreden van aanvallen.




Er bestaan twee soorten epilepsie:
Primaire epilepsie :
ook wel idiopatische, genetische of 'echte' epilepsie genoemd. Voor dit soort epilepsie is meestal geen oorzaak te vinden. De diagnose wordt gesteld door alle andere oorzaken uit te sluiten. Primaire epilepsie ontstaat meestal als de hond een leeftijd heeft tussen 6 maanden en 5 jaar.
Secundaire ep ilepsie:
waarbij een aanwijsbare oorzaak te vinden is. Er zijn tal van oorzaken voor secundaire epilepsie, waarbij het doel van de behandeling is, de oorzaak weg te nemen, wat echter meestal moeilijk is, omdat de oorzaak vaak niet duidelijk is vast te stellen.




aanvallen

Zoals gezegd bestaat epilepsie uit het herhaaldelijk optreden van aanvallen.
Bij honden zijn er drie soorten aanvallen te onderscheiden.
PartiŽle aanvallen ,
waarbij bepaalde delen van het lichaam betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld stuiptrekken, vlieghappen, zenuwtrekjes in het gezicht of het trekken met een oor.
Gegeneraliseerde aanvallen,
ook wel grand mal genoemd. Deze aanvallen bestaan uit twee fasen: de tonic en de clonic fase.
De tonic fase is herkenbaar aan het omvallen van het dier, verlies van bewustzijn, het verstijven van de poten en krampen van het hele lichaam. Soms stopt ook de ademhaling. Deze fase duurt gewoonlijk ongeveer 10-30 seconden. De clonic fase bestaat uit het bewegen van het hele lichaam, waaronder het heftig bewegen van de poten (het zogenaamde 'lopen'). Bij beide fasen kan ook de controle over blaas of darmen wegvallen. In sommige gevallen verschijnt er schuim om de mond.
Atypische aanvallen, welke niet in te delen vallen bij de vorige twee soorten.




FASEN
De meeste aanvallen zijn in drie fasen in te delen.

De aura is de beginfase voor de werkelijke aanval.
De hond is onrustig en vertoont soms afwijkend gedrag. Het dier kan aanhankelijker worden, of zich juist terugtrekken. Soms is er een vreemde blik in de ogen te zien. De aura kan enkele minuten tot enkele dagen aanhouden.

De ictus is de werkelijke aanval. De hond valt om, verstijfd gedurende een korte periode (Ī 30 seconden), gevolgd door ontspanning, waarbij krampen en heftige beweging met de poten optreed. De ictus duurt ongeveer 1-3 minuten.

De post-ictale fase is de periode na de aanval. De hond komt bij bewustzijn, krabbelt overeind en is meestal een poosje de kluts kwijt. Sommige honden hebben extreme honger of dorst. Vaak zien ze slecht en hebben moeite met bewegen. Enkele honden zijn vlak na de aanval overactief en anderen zijn juist geheel uitgeteld. De post-ictale fase kan enkele minuten tot enkele dagen duren.





VOOR HET EERST EEN AANVAL... EN NU?
Als uw hond een aanval heeft gehad, is het raadzaam 0m een bezoek te brengen aan uw dierenarts. Deze kan even kijken of uw hond gezond is en geen onderliggende problemen heeft.
Meestal zal uw dierenarts u weer naar huis sturen met de raad te wachten op een eventuele volgende aanval.

Die volgende aanval hoeft echter niet te komen.
Het kan best zijn dat uw hond een verkeerde reactie had op bijvoorbeeld een vlooien-middel, een shampoo of iets anders in de omgeving.
Vaak echter komt er wel een nieuwe aanval, meestal een paar maanden na de eerste. Indien u opnieuw zou afwachten, zal blijken dat de aanval steeds dichter op elkaar komen te zitten. Dit komt, omdat de ene aanval in zekere zin de volgende opwekt.
Als uw hond een tweede aanval krijgt, moet u opnieuw naar uw dierenarts. Meestal zal deze nu een bloedonderzoek doen om te kijken of er een oorzaak is voor de aanvallen. Wordt die oorzaak gevonden, dan kan een eventueel passende behandeling worden ingesteld.

Wordt de oorzaak niet gevonden, en blijkt het bloedonderzoek niets opgeleverd te hebben, dan vallen de aanvallen van uw hond hoogstwaarschijnlijk onder idiopatische epilepsie, de epilepsie zonder oorzaak.




WAT MOET U DO EN BIJ EEN AANVAL:
Eigenlijk kunt u helemaal niets doen. De aanval is niet meer te stoppen. Probeer geen medicijnen toe te dienen. Deze werken toch pas na een bepaalde periode, en uw hond zou er in kunnen stikken. Blijf kalm en zie er op toe dat uw hond zich niet kan bezeren.
Probeer niet de hond vast te houden; dit heeft geen zin en bovendien zou u gebeten kunnen worden.
Als u andere honden in huis hebt, verwijder die dan uit de kamer. Sommige honden kunnen namelijk agressief reageren naar een hond met een epileptische aanval.




TENSLOTTE:
Vermeld de dierenarts altijd dat uw hond epilepsie heeft en welke medicijnen hij gebruikt.
Ook voor een operatie is het van belang dat men dit weet. Sommige narcose middelen en/of medicijnen kunnen niet gebruikt worden bij honden met epilepsie of in combinatie met de medicijnen die hij gebruikt.
Om een goede behandeling van uw hond in te stellen is het raadzaam een logboek bij te houden over het aantal aanvallen van uw hond, de belangijkste punten daaromheen (zoals bv. enige verandering in huis), het verloop van de aanval en het moment waarop deze plaatsvond. Hierdoor is het voor uw dierenarts een stuk gemakkelijker de juiste behandeling in te stellen.

Indien uw hond meer aanvallen krijgt tijdens de loopsheid, zou castratie een uitkomst kunnen bieden. Overleg met uw dierenarts voor u die beslissing neemt.

leeftijd omrekening tabel
      Hond		      Mens			
	6 maanden		10 jaar			
	8 maanden		13 jaar			
	10 maanden		14 jaar			
	12 maanden		15 jaar			
	18 maanden		20 jaar			
	24 maanden		24 jaar			
	 3 jaar		28 jaar			
	 5 jaar		36 jaar			
	 7 jaar		44 jaar			
	 9 jaar		52 jaar			
	11 jaar		60 jaar			
	13 jaar		68 jaar			
	15 jaar		76 jaar			
	17 jaar		84 jaar			
	19 jaar		92 jaar			
	21 jaar		100 jaar
Niet iedereen hanteert dezelfde omrekentabel.
Voorheen was het gebruikelijk om ieder hondenjaar te vermenigvuldigen met 7.
Echter: rekening houdend met allerlei fysiologische verschijnselen blijkt dit niet te kloppen.
Immers: een hond van 1 jaar zou dan pas 7 jaar zijn, terwijl een teefje van deze leeftijd al pups kan werpen!
Kijken we nu naar bovenstaande tabel dan zien we direct dat ook 15 jaar wel wat jong is om kinderen te krijgen voor de mens!
Echter: qua ontwikkelingen in hormoonhuishouding, skelet en spierstelsel benadert de tabel het beste een "mensenleeftijd".
Er gebeurt van alles bij de ouder wordende hond. In de eerste plaats en het meest opvallend is de slijtage aan de tanden .
De dierenarts kan meestal goed vast stellen hoe oud een hond is door naar het gebit te kijken.
Andere uiterlijke kenmerken kunnen nauwelijks gebruikt worden om leeftijd vast te stellen, omdat de ene hond nu eenmaal eerder grijs wordt dan de ander, de ene hond eerder last krijgt van troebele ogen etc.

ANAALKLIEREN

De anaalklieren bevinden zich aan weerzijden onder de anus ,zij scheiden een door hen gevormde stof ,via een kanaaltje uit door de anale opening.
De anaalklieren worden door spiercontractie automatisch geleegd als de hond in angst verkeerd
Als de uitmonding van de anaalklieren verstopt is,(wat bij de franse bulldog nog wel eens voor wil komen) heeft de hond hier veel hinder van.
de Franse bulldog gaat goed samen met andere honden Hij zal dan gaan "sleetje rijden" (dit is in zittende houding met het achterwerk over de grond schuiven) en proberen er aan te likken.
Trekt je zijn staart omhoog dan zie je meestal aan weerzijden van de anus een kleine zwelling.
Meestal is het genoeg om de klieren leeg te drukken om de hond te helpen.
Bij sommige honden moet dit om de 3-4weken gebeuren ,doet men dit niet dan kan een zeer pijnlijke anaalklierontsteking onstaan ,die in veel gevallen operatief moet worden behandeld.
Als je niet weet hoe je de anaalklieren van je hond moet leeg drukken,ga dan naar je dierenarts ,deze zal het je voordoen zodat je het in de toekomst zelf kan doen.


Baarmoederonsteking

Er bestaan 3 soorten baarmoedeonsteking nl: Metritis: dit is een onteking van de gehele baarmoeder
Endometritis: ontsteking van het baarmoederslijmvlies
Pyometra: dit is een opeenhoping van etter in de baarmoeder

De eerste twee kenmerken zich door een zwelling van het gehele vrouwelijke geslachtsorgaan,zelfs van de vulva.
Zij doen zich meestal voor als nasleep van het werpen of de loopsheid.

Pyometra treedt meestal op in de periode tussen twee loopsheden,de baarmoeder vult zich met bacterieen,die zich ineen enorm snel tempo vermenigvuldigen waardoor de baarmoeder enorme afmetingen kan bereiken.

Baarmoederontsteking kun je vaak herkennen aan uitvloeiing uit de schede,( dit kan varieren van waterig en dun vloeibaar tot slijmerig,en van kleurloos tot etteriggeel, chocoladebruin of rood ) onlestbare dorst, vermagering, braken en een ruige vacht.
Al deze symptomen kunnen in zwaarte verschillen maar ook volkomen ontbreken.

Wanneer u het vermoeden hebt dat de hond baarmoederonstekking heeft moet u direkt de dierenarts inlichten.
In lichte gevallen is het met medicatie nog wel te behandelen, doch als u er te laat bij bent zal de enigste oplossing een operatieve ingreep zijn, waar bij de baarmoeder verwijderd moet worden


Bloedoor

Dit is een bloeduitstorting tussen kraakbeen en huid van de oorschelp,het is waar te nemen als een met bloed gevulde blaar op de rand van het oor.
Het bloedoor word meestal veroorzaakt doordat de hond met de oorschelp tegen een hard voorwerp heeft geslagen,toen hij het hooft schudde , ook kan het tijdens een vechtpartij veroorzaakt worden .
Een bloedoor moet door de dierenarts behandelt worden.
Waneer het bloedoor niet juist is behandelt ,zal het gevolg een bloemkooloor zijn(hierbij is het oor geschrompeld)


Breuken

De meeste breuken onstaan in de liesstreek of op de plaats van de navel.
Zij kunnen aangeboren zijn of verworven als gevolg van een ongeval.
De meeste breuken doen zich voor bij jonge en zeer oude dieren.
Op de leek maken zij de indrukt van een gezwel.
Ze ontstaan door het wijken van spieren,of de liesring ,waardoor het buikvlies door de opening zakten een zak vormt.
Meestal voelt een breuk uitwendig week aan,een lichte druk is over het algemeen voldoende om de inhoud terug te brengen in de buikholte.
Alleen een dierenarts kan bepalen of een operatie noodzakelijk is (om afklemmen te voorkomen).
Beknellen kan nl. een levensgevaarlijke complicatie opleveren,omdat de in de breukzak beklemd liggende darmlussen af kunnen sterven, de hond word zeer ziek en zal onafgebroken braken.
En direkte operatieve ingreep is nu noodzakelijk , om het leven van de hond te redden.

PATELLA LUXATIE

Patella is de officiŽle naam voor de knieschijf.
Een patella luxatie betekent dus een loszittende knieschijf.
Er zijn verschillende vormen van luxaties.
De meest voorkomende is de luxatie naar mediaal.
Dit wil zeggen dat de knieschijf naar de binnenkant van de knie wegschiet.
We zien dit vaak bij honden van de kleine rassen.
De luxatie naar lateraal, waarbij de knieschijf naar buiten wegglijdt, zien we soms bij de grote rassen, vaak in combinatie met een draaiÔng in het dijbeen.
Deze laatste vorm is zeldzaam.
Daarom bespreken we hier alleen de luxatie naar mediaal.



Oorzaak

Het kniegewricht wordt gevormd door het dijbeen en het scheenbeen.
Voor op het dijbeen loopt een sleuf waar de knieschijf normaliter in ligt.
Aan de knieschijf zit de kniepees die op haar beurt weer vast zit aan een beenkam op het scheenbeen.
Bij sommige honden is de sleuf in het dijbeen ondiep en zit de aanhechting van de kniepees wat te ver naar binnen toe.
De knieschijf kan dan makkelijk uit z'n sleuf naar binnen toe schieten.
Als dit gebeurt spreken we van een patella luxatie.


Voorkomen

De patella luxatie naar mediaal is vooral een probleem bij de kleinere hondenrassen, zoals TerriŽrs, Chihuahua's, Papillons en andere schoothonden.
Het komt echter ook bij de grotere rassen af en toe voor.


Diagnose

De klachten van de hond hangen af van de ernst van de luxatie.
We kennen verschillende vormen.
Als de knieschijf er slechts incidenteel afschiet spreken we van een habituele luxatie.
Honden die dit hebben lopen af en toe een paar passen met een pootje opgetrokken.
De knieschijf is dan van zijn plaats geschoven.
Na een paar stappen schiet hij weer terug en de hond loopt weer normaal verder.
Voor huishonden hoeft dit geen probleem te zijn, maar voor een showhond is het een in het oog springend gebrek.
Erger wordt het wanneer de knieschijf er afligt en slechts af en toe terugspringt.
We spreken dan over een stationaire luxatie.
Deze honden hebben problemen met overeind komen en met lopen.
Ze gaan achter met O-beentjes en een soort kikkerpas lopen.
De hond heeft hier meestal zelf behoorlijk last van.
De ergste vorm is wanneer de knieschijf er totaal afligt en ook niet meer op z'n plaats is terug te leggen.
Deze dieren kunnen niet normaal staan en moeten roeien met hun achterpoten om vooruit te komen.
Als de dieren onderzocht worden moet niet alleen naar de ligging van de knieschijf gekeken worden, ook de stand van het dijbeen, de kromming van de beenkam op het scheenbeen en de diepte van de sleuf in het dijbeen zijn van belang.
Hiernaast zien we in kombinatie met een patella luxatie nog wel eens andere knieproblemen zoals gescheurde kruisbanden of gewrichtslijtage.
Voordat tot een operatie wordt besloten moet dit eerst allemaal nagekeken zijn.


Behandeling

Dieren met een hele lichte luxatie, waarbij de knieschijf maar heel af en toe luxeert hoeven niet persť geopereerd te worden.
Als de knieschijf vaker van z'n plaats schiet, of zelfs permanent verkeerd ligt moet er worden ingegrepen.
De enige manier is operatief.
Bij een lichte luxatie is het vaak voldoende om de aanhechting van de kniepees een stukje te verplaatsen.
Dit gebeurt door de beenkam van het scheenbeen los te maken en op de correcte plaats weer vast te zetten.
Als ook de sleuf in het dijbeen te ondiep is moet deze worden uitgediept.
Vroeger gebeurde dit door in het dijbeen een nieuwe sleuf te frezen.
Nadeel hiervan was dat het gewrichtskraakbeen onherstelbaar beschadigd werd.
Daarom kiest men nu liever voor technieken waarbij dit kraakbeen zoveel mogelijk gespaard blijft.
Hiernaast wordt het gewrichtskapsel strakker gemaakt zodat de knieschijf beter op z'n plaats blijft liggen.
De behandeling verschilt dus van geval tot geval en is afhankelijk van de ernst van de aandoening.


Erfelijkheid

De aandoening is een erfelijk gebrek.
Het is daarom raadzaam om niet te fokken met dieren met een duidelijke luxatie.
De precieze wijze van overerving is niet bekend, maar zal waarschijnlijk op meerdere factoren berusten, net zoals b.v. HD.


Preventie

Afgezien van een gericht fokprogramma is er geen manier om luxaties te voorkomen.
Traplopen, springen en dergelijke hebben geen invloed op het ontstaan van een luxatie.

VETBULTEN


Vooral bij honden en in zeldzame gevallen bij katten vinden we vetbulten.
Dit zijn tumoren die hoofdzakelijk uit vet bestaan.
We vinden ze voornamelijk bij huisdieren op oudere leeftijd.
Meestal bevinden ze zich net onder de huid op de borstkas of buikwand.
Soms zitten ze op de poten.
In uitzonderlijke gevallen kunnen ze ook op andere plaatsen voorkomen zoals in de borstkas.



Oorzaak

Een tumor is een hoopje cellen die zich niet houden aan de normale regels voor de groei van cellen.
Normale cellen groeien totdat ze een boodschap krijgen van het lichaam dat ze moeten stoppen.
Tumorcellen luisteren niet naar deze boodschap en blijven maar doorgroeien .

Tumoren kunnen worden verdeeld in 2 groepen:
De eerste groep zijn de goedaardige tumoren.
Deze tumor groeit langzaam, blijft op een plaats zitten en beschadigd geen organen in zijn omgeving door er doorheen te groeien.

De andere groep bestaat uit de kwaadaardige tumoren.
Kwaadaardige tumoren vreten zich door het omringende weefsel heen.
Doordat er kleine stukjes tumor kunnen loslaten verspreiden deze tumoren zich langzaam door het lichaam.
Daar kunnen dan soms weer nieuwe tumoren uit groeien.
Een kwaadaardige tumor noemen we kanker.

Vettumoren zijn eigenlijk bijna altijd goedaardig.



Diagnose


Als de dierenarts een bult onderzoekt bij uw huisdier dan letten ze op grootte, vorm, verplaatsbaarheid en stevigheid.
Vaak zuigen ze daarna met een naald wat weefsel uit de knobbel om onder een microscoop te kijken of het inderdaad voornamelijk vet is.
Indien er twijfel bestaat over het opgezogen materiaal, dan sturen ze het materiaal in overleg met u als eigenaar op voor een second opinion door een cytoloog.
Een cytoloog is iemand die gespecialiseerd is in het beoordelen van cellen.
Hij zal dus met nog grotere betrouwbaarheid kunnen vaststellen of het een goedaardige vettumor betreft.



Behandeling


omdat bijna alle vettumoren goedaardig zijn, besluit de dierenarts meestal om de vetbult met rust te laten.
Er zijn echter enkele redenen om de bult toch te verwijderen.
Bijvoorbeeld:

Als de bult erg snel groeit.

Als de bult, na een hele tijd dezelfde grootte te hebben gehad, opeens weer gaat groeien.

Als de bult opeens duidelijk van vorm of hardheid veranderd (bijvoorbeeld een mooie ronde bult wordt opeens knobbelig).

Als de bult uw huisdier belemmerd in zijn bewegingen (bijvoorbeeld een grote bult in de oksel van uw huisdier).

Als de bult op een plaats zit waar het bijna onmogelijk wordt om hem te verwijderen als hij groeit

Als u zich ernstig zorgen maakt over de bult dan kan dat ook een reden zijn om de bult te verwijder.

Als uw hond er veel aan bijt, likt of schuurt waardoor de bult kan gaan bloeden of geÔrriteerd raakt.

Het is erg belangrijk dat de bult regelmatig te controleren.
Een vettumor kan op dit moment geen problemen geven maar eventueel in een later stadium wel.

ATOPIE


Atopie is een aandoening waarbij de huid reageert op bepaalde stoffen die ingeademd worden en die via de longen in de bloedbaan terecht komen.
De hond reageert hierop met jeuk
Vanwege de jeuk bijt en krabt de hond zich en kan zich zelf zo verwondingen toebrengen
Het gaat hierbij voornamelijk om de huid van de kop (wangen) en van de tenen(waar de hond op gaat kauwen).
In de meeste gevallen zijn de honden 1 tot 3 jaar oud als de symptomen beginnen
Stoffen die de aandoening kunnen veroorzaken zijn o.a.:
huisstof, huidschilfers, schimmelsporen en stuifmeel van gras, bomen en planten.
Voor een goede behandeling zal eerst moeten worden onderzocht waar de hond allergie's voor is
Voor meer over dit onderwerp klik hier!
of lees het verhaal van Tessa


CASTRATIE


De beste leeftijd om je reu te casteren is vanaf 10 maanden (alhoewel het wel eerder kan)
De belangrijkste reden waarom mensen hun reu wilt laten castreren is om zijn gedrag te veranderen.
Dit gedrag bestaat meestal uit het veelvuldig weglopen, "rijden" tegen mensen of andere honden en agressiviteit.
Voor de eerste twee redenen is castratie meestal een goede oplossing , doch voor het agressief gedrag is dit meestal niet de juiste oplossing.
Deze honden dienen in hun gedrag door een betere opvoeding verandert te worden

Doordat de seksuele, en dus de algehele activiteit wat is afgenomen, neigen gecasrteerde honden er toe dikker te worden, dit komt omdat de stofwisseling bij gecastreerde reuen lager is.
Je moet hier met de voeding rekening mee houden



ECTROPION


Het naar buiten krullen van het onderooglid.
Met als gevolg dat er een soort vangnet voor vuil en stof onder de oogbol ontstaat.
Het slijmvlies van het ooglid zal al snel gaan onsteken, en de hond zal er veel last van hebben.
Het aanbrengen van zalf zal alleen een tijdelijke oplossing zijn .
Er zal een operatie nodig zijn , waarbij het ooglid wordt ingekort.


ENTROPION


Het naar binnen krullen van een ooglid, waardoor de wimpers over de oogbol heen schuren.
Dit doet pijn en kan een ontsteking veroorzaken.
Een behandeling met zalf zal even helpen ,maar is niet afdoende .
Door middel van een operatie zal het naar binnen krullen van het ooglid moeten worden opgeheven.



TRICHIASIS


Een aandoening waarbij enkele haren naar binnen krullen
het wordt vaak over het oog gezien , omdat de haartjes met het blote oog moeilijk te zien zijn
Met behulp van een bepaalde techniek zijn de haartjes gemakkelijk te verwijderen


DISTICHIASIS

Hier bij komt er een dubbele rij oogwimpers op de oogleden voor
Als deze verkeerd gericht zijn (op de oogbol) moeten ze worden verwijderd



HEUPDYSPLASIE


Het heupgewricht van de hond is een gewricht waarbij de kop van het dijbeen omsloten wordt door de kom van het bekkenbeen.
Ten gevolge van een erfelijk gebrek wordt na verloop van tijd de kom van het bekkenbeen minder diep,zodat de kop van het dijbeen er minder goed inpast.
Het gevolg is dat de kop af en toe uit de kom schiet en tegen de gewrichtsbanden aanbotst, als gevolg hiervan ontstaat een ontsteking,wat de hond pijn bezorgdt.

De afwijking wordt voornamelijk gevonden bij grote snel groeiende honden.
De symptomen varieren van weinig uithoudingsvermogen en pijnlijk lopen tot verminderde bespiering van het bekken en wisselend eenzijdige kreupelheid.

Om de ernst van de afwijking vast te stellen is het nodig een rontgenfoto te maken.
H.D.is niet te genezen.
Wel is het mogelijk om de pijnlijke gevolgen van het slechte heupgewricht te bestrijden, zodat een redelijk volwaardig hondenleven het resultaat is.
Ook zal de hond op dieet moeten, want hoe zwaarder de hond hoe meer last hij zal hebben.
Ook moet het dier aangepaste spierarbeid verrichten, bijvoorbeeld rustig naast de fiets lopen of als dat mogelijk is zwemmen .
Het is de bedoeling dat de spieren het gewricht optimaal ondersteunen.

Tegenwoordig worden er wel operatie's uitgevoerd , het zogenaamde "bekkenkantelen".
dit is een zeer dure operatie waarvan de uitkomst niet zeker is.
Overleg met je dierenarts is hier zeer belangrijk.

De echte bestrijding van H.D. ligt bij de fokkers , door de ouderdieren goed te selecteren en te testen voor dat men er mee fokt is de aandoening op termijn te voorkomen.
.