|
de rasstandaard
van de fransebulldog anno 28 april 1995 F.C.I. groepsindeling: groep 9
gezelschapshonden

ALGEMEEN VOORKOMEN: typisch een klein formaat dogachtige. kleine krachtige hond, kort,
gedrongen in al zijn proporties, kortharig,het gezicht plat en kortneuzig,
staande orenen met een van nature korte staart hij moet het voorkomen hebben van
een aktief dier ,intelligent,zeer gespierd met een kompakte struktuur en een
solide beendergestel
GEDRAG EN KARAKTER: Gezellig, speels, sportief, opgewekt. Zeer aanhankelijk aan zijn
baasje en aan kinderen.
HOOFD: het hoofd
moet zeer krachtig, breed en vierkant zijn; de hoofdhuid vormt plooien en
symmetrische of bijna symmetrische rimpels. het hoofd van een bulldog wordt
gekenmerkt door een terugwijkende massieve neuspartij,de schedel bezit in
breedte wat hij in lengte heeft verloren
SCHEDELGEBIED: het hoofd moet zeer krachtig, breed en vierkant zijn; de hoofdhuid
vormt plooien en symmetrische of bijna symmetrische rimpels. breed, bijna plat,
het voorhoofd zeer bol. De wenkbrauwen springen naar voren en zijn gescheiden
door een ontwikkelde groef tussen de ogen. De groef mag zich op het voorhoofd
niet voortzetten. De achterkant van de kop is weinig ontwikkeld. De stop is
sterk geaccentueerd.
HET GEZICHT;
neus: breed, zeer kort, wipneus, goed geopende en
symmetrisch geplaatste neusgaten, schuin naar achter liggend. De schuine stand
van de neusgaten evenals de wipneus moeten echter altijd de normale
neusademhaling mogelijk maken.
voorsnuit: erg
kort, breed, vertoont concentrisch symmetrische plooien die op de bovenlippen
naar beneden lopen( lengte 1/6 deel van de totale lengte ven de
kop)
kaken: breed, vierkant, krachtig. De onderkaak
beschrijft een grote boog en komt boven de bovenkaak uit . Als de bek is
gesloten wordt het uitsteken van de onderkaak verminderd door de kromming van
het onderkaakbeen Deze kromming is nodig om een te grote onderbeet te
voorkomen
tanden:
de ondersnijtanden staan in geen
geval achter de bovensnijtanden. De onderste snijtandenboog is rond.De kaken
mogen geen zijwaartse afwijking noch draaiing vertonen.De verschuiving van de
snijtandbogen zou strikt beperkt kunnen zijn, de essentieele voorwaarde blijft
dat de bovenlip en de onderlip op elkaar sluiten zodat ze de tanden geheel
bedekken
lippen:
Dik een beetje slap en zwart. De
bovenlip sluit aan op de onderlip in het midden en bedekt de tanden, die nooit
zichtbaar mogen zijn, geheel.
Het
profiel van de bovenlip is hangend en rond. De tong mag nooit zichtbaar
zijn
wangen: De spieren van de wangen zijn goed ontwikkeld
maar steken niet uit.
ogen: Opgewekte uitdrukking,
laag geplaatst, ver genoeg geplaatst van de snuit en vooral van de oren, donker
gekleurd, tamelijk groot,goed rond, licht puilend en late op geen enkele manier
wit zien als het dier naar voren kijkt. De randen van de oogleden moeten zwart
zijn.
oren: Van gemiddelde grootte, breed aan de basis en
rond aan de bovenkant. Hoog op het hoofd geplaatst, maar niet te dicht bij
elkaar,rechtop gedragen. De ooropening is van voren gezien geheel zichtbaar. De
huid moet zacht en fijn aanvoelen
hals: Kort, licht
gebogen, zonder wammen.
LICHAAM (ROMP): Boven lijn: De boven lijn gaat
geleidelijk omhoog tot het niveau van de lendenen en daarna snel omlaag tot aan
de staart. Deze vorm is zeer gewild in verband met de korte
lendenen.
Rug:
Breed en gespierd.
Lendenen: Kort en breed.
Kruis: schuinaflopend.
Borstkas: Tonvormig en
diep.
Voorborst:
Breed en diep.
Buik en flanken: Opgetrokken, maar niet als bij een
windhond.
Staart:
Kort, laag aan de croupe aangezet,
aan de billen "geplakt", dik aan de basis, "geknoopt" of natuurlijk "gebroken"
en dun aan het uiteinde. Zelfs in aktie moet hij onder een horizontale lijn
blijven. Een relatief lange staart, "gebroken" en dun (niet langer dan de
sprong) is toegestaan, maar niet gewild.
VOORHAND: Vast en
regelmatig,en profil en van voren gezien.
schouders en opperarmen zijn kort en dik, met een stevige en duidelijk zichtbare
gespierdheid. De opperarm moet kort zijn, de elleboog ligt absoluut tegen het
lichaam aan.
Onderarmen zzijn kort , ze
staan goed uitelkaar, recht en gespierd
Voetwortel en middenvoet zijn stevig en kort
Voeten: rond en klein, zogenaamde kattevoet, licht naar buitn gedraaid. De
tenen zijn kompakt,dik en goed gescheiden met korte nagels. De voetkussenszijn
hard,dik en zwart. Bij gestroomde honden moeten de nagels zwart zijn. Bij bonte
en fawnkleurige ziet men het liefst donkere nagels, maar lichte nagels worden
niet bestraft.
ACHTERHAND Sterk
en gespierd, de achterbenen zijn wat langer dan de voorbenen, zodat de
achterhand wat hoger is. Vast en regelmatig,en profil en van achteren
gezien.
Dijbeen:
Gespierd zonder al te rond te
zijn.
sprong:
Tamelijk laag, niet te gehoekt,
vooral niet te recht.
Voetwortel en middenvoet: Stevig en kort. De Bulldog moet zonder 5' teen geboren
worden
Voeten :
Compact.
Gangen: Wijde gangen. De ledematen verplaatsen zich evenwijdig aan de
middenlijn vanhet lichaam.
BEHARING Haar: Mooi kort haar,dik,
glanzend en zacht.
Kleur: Fawn, effen of
gestroomd, bont met een beperkt aantal platen of overwegend bont. Alle
nuances van fawn zijn geoorloofd, van rood tot licht bruin. Bonte honden kunnem
wit zijn of wit met gestroomde platen of wit met fawn platen.
GROOTE EN GEWICHT Niet lichter dan 8 kilogram, maar niet zwaarder dan 14 kilogram voor
een Bulldog in goede konditie. De groote is in harmonie met het
gewicht.
AFWIJKINGEN Alles wat afwijkt van het bovenstaande wordt beschouwd als een
afwijking en zal bestraft worden al naar gelang de ernst van de
afwijking
Nauwe of smalle neus
en chronische snurkers; niet sluitende lippen aan de voorkant; lichte
ogen; wammen; losse ellebogen; rechte of naar voren stekende
sprong; staart die omhoog staat,lange of abnormale korte staart; gevlekte
vacht; te lange beharing; lippen met gebrek aan pigment; inkorrekte
gangen.
ERNSTIGE AFWIJKINGEN: Zichtbare tanden met gesloten mond; zichtbare tong met gesloten
mond; stram (steil) gangwerk voor; vleeskleurige vlekken in het gezicht,
behalve als de vacht wit is met gestroomde platen en fawn honde met een paar
platen of overwegend bont; teveel of onvoldoende gewicht.
DISKWALIFICERENDE AFWIJKINGEN verschillende kleuren ogen; een neus met een andere kleur dan
zwart; hazelip; hond waarvan de ondersnijtanden achter de bovensnijtanden
staan; hond waarvan de hoektanden zichtbaar zijn bij gesloten mond; oren
die niet rechtop staan; gecoupeerde oren staart of 5' teen;
5' teen aan de achterpoten; kleur beharing black and
tan, vuurrood,muisgrijs of kastanjebruin(lever); staartloosheid. Reuen
zonder twee normale,ingedaalde testikels.
.
|
|